H8 de ontologie van de Maandenker

“In de geest wordt de tijd die de mens leeft ‘verzegeld’ als een ervaring die tijd vasthoudt.” [1]

de tijd die de tijd vasthoudt

Je hebt circulaire tijd, lineaire tijd en stotterende tijd. Circulaire tijd is er wanneer je je ogen dicht doet, lineaire tijd is er van begin tot eind, de stotterende tijd zo nu en dan en wordt ook wel de tijd met de gaten genoemd. En dan heb je nog de bolletjestijd. Een gebeurtenis is een tijdelijke gebeurtenis, van opstaan tot slapen gaan, of van koken tot eten, van zitten tot lopen, van een vrijpartij een scheldpartij een geboorte een wandeling van deur tot deur, het opslaan van de ogen. Sommige gebeurtenissen overlappen andere gebeurtenissen of deel je met een ander. Alle onderdelen van een gebeurtenis worden bij elkaar gehouden door een vliesje, als van een ballonnetje. Er wordt daarom ook wel gesproken over ballonnetjestijd. De tijd, de tijdelijkheid is dat vliesje. De tijd is een velletje.

het vliesje

Het vliesje doet onderscheiden, voor of achter, binnen of buiten het vlies. Het is een vlies, geen hard stuk karton. Het zit tussen het zijn en het niet zijn, de werkelijkheid en de schijn, het scheurt bij een epifanie of geboorte en houdt de boel een beetje bij elkaar. Zonder vlies hou je alleen een rommeltje over.

het puntje

is mogelijk een begin, het kleinst denkbare of zelfs niet denkbare, zo klein. Het gaat aan het denken vooraf. Een a-priori als het ware, komt samen met het zijn, sloeg gelijk met jou de ogen op, het zoemt, is aanwezig, zo klein en zo anders dan de rest, dat het ook wel als een gaatje ervaren wordt, als onverwoestbaar, want zo klein of nog kleiner, misschien wel een één: één. Een puntje hebben we allemaal, door het puntje zijn we gelijk maar ook heel eigen: Ieder een eigen puntje. Het raakt, doet bewegen, stelt een vraag zonder teken. Je kunt het beleven want het staat aan elk begin. Ja, het puntje is. Volgens mij kan je er niet meer over zeggen. Jawel, het zit ergens in je buik.

het bolletje

De gebeurtenis gevat in het bolletje krijgt als herinnering, als mogelijke herinnering, als beeld, als een verhaal, een plek in de ruimte. Wanneer ik dichtbij kijk zie ik de dingen voor en achter elkaar maar in de verte, aan de horizon zeg maar, staan ze op een rij. Dat is ook wat de horizon is, de dingen op een rij. Zo ook de bolletjes, van dichtbij staan ze voor of achter elkaar maar op afstand staan ze zo niet. Op afstand zweven ze als herinneringen. Bolletjes staan als tijdelijkheden in de ruimte. Alles is in trilling, zo ook de bolletjes. Maar de trillingen van de bolletjes zijn eerder ontploffingen, kleine ontploffingen waarbij het vliesje zich sluit en de gebeurtenis zich opmaakt een herinnering te worden. Of en wanneer zij zich aandient. Verder is het ook nog zo dat er bolletjes in andere bolletjes kunnen en dan spreek je over deelbolletjes die net als de hoofdbolletjes tijdelijk zijn.

het draadje

Er zijn 33 variaties in het Chinees om het concept letter uit te drukken. Al die configuraties bij elkaar uitgevoerd door een verzameling vliegen vormt een bol. Je moet er zo’n …. bol bij voorstellen. Ongeveer 30 centimeter in diameter. Compact, massief, vol met vliegen, zinderend. De buitenkant is zwart van de vliegenlijfjes en zilver. En dat zilver, dat zijn de vleugeltjes, vliegeren ook compact want ze zitten heel dicht tegen elkaar. En met rood en groene glinsteringen. En dan allemaal van die krioelende draadjes. Dus dan heb je zo’n oppervlak, zwart, met allemaal zwarte draadjes met zilveren vliesjes met daartussen groen en rode kristalletjes. En dat trilt en vibreert een beetje. En dan valt daar de zon op dat reflecteert door de vliesjes en de kristalletjes en al het andere licht verdwijnt in het zwart. Je kan je er iets lekkers bij voorstellen. Een bonbon met draadjes, geen haartjes maar draadjes. Draadjes van anijszaadjes bijvoorbeeld. Niet de anijszaadjes zelf want dat is niet lekker in een bonbon. Maar het zijn ook geen anijszaaddraadjes het zijn vliegenpootjes. En deze bol moet je je ook iets trager voorstellen. Zij vibreert maar dan iets trager. Goed, komt die man langs, met een mooie hoed en een klein draadje.

de ruimte

Al die activiteiten van de poëzie, al de activiteiten van het maken en het verbinden, moeten plaatsvinden in een ruimte, of anders gezegd hebben ruimte nodig. Nu stel ik mij voor dat er verschillende soorten ruimten zijn:

ruimten eindig oneindig
veranderlijk de objecten poëtisch
onveranderlijk de kamer de structuur

de kamer

De kamer is een ruimte die gedefinieerd wordt door haar begrenzing, haar muren, plafond en vloer. Die begrenzing is een gegeven en geeft een welbepaald volume aan die ruimte. Die ruimte is onveranderlijk en eindig.

de structuur

Dat is de ruimte die gedefinieerd wordt door een frame. De meetkunde doet dat bijvoorbeeld met een XOYZ-assen stelsel. Elk punt in de ruimte kan je determineren, beschrijven aan de hand van dit frame. Elke locatie heeft een coördinaat in dit frame. Deze ruimte is onveranderlijk en in principe ook oneindig.

de objecten

Er is ook nog de ruimte die gedefinieerd of begrepen wordt aan de hand van de objecten die er in zijn. Bijvoorbeeld een filmset of het zonnestelsel of een schaakbord. De ruimte wordt betekend door de objecten en de positie van de objecten ten opzichte van elkaar. Deze ruimte is eindig omdat objecten eindig zijn. Dus deze ruimte is eindig maar wel veranderlijk.

de poëtische ruimte

is waar we zijn, kunnen zijn wanneer we vrij zijn. Radicaal in lengte en breedte in diepte en hoogte in tijd, massa, vorm euclidisch of niet. De ruimte is de mogelijkheid zonder eigen potentie. Als een bal zonder veld, een ruimte die er niet is maar moet verschijnen. Het is het niet-zijn van het zijn. Van het draad en de bollen. Het is de ruimte waarin je leeft wanneer je beleeft, je bollen maakt, plaatst, herkent en verplaatst en alles zinloos beweegt. Er blaast geen wind in de ruimte! En met je ogen dicht is het rond.
Deze ruimte is zowel oneindig als veranderlijk. Typisch de ruimte waarin je je gasten ontvangt. Het is de ruimte van de intuïtie, van verwondering en creatie midden in een droom. En tenslotte kan je zeggen dat de poëtisch ruimte ook tijdelijk is omdat het de ruimte met het vliesje is.

[1] Andrei Tarkovsky; De verzegelde tijd